De meeste mensen merken veel verlichting wanneer ze het voedingsmiddel waar ze intolerant voor zijn uit het voedingspatroon laten, maar het nadeel is: er komen vaak steeds meer intoleranties bij. Er blijft steeds minder over wat je nog wél kunt eten.
Een los intolerantieonderzoek vind ik daarom niet altijd interessant, want wat is de oorzaak van je intolerantie?
De meeste mensen merken veel verlichting wanneer ze het voedingsmiddel waar ze intolerant voor zijn uit het voedingspatroon laten, maar het nadeel is: er komen vaak steeds meer intoleranties bij. Er blijft steeds minder over wat je nog wél kunt eten.
Een los intolerantieonderzoek vind ik daarom niet altijd interessant, want wat is de oorzaak van je intolerantie?
Je darmen hebben een belangrijke taak in het bouwen van energie.
In de darmen worden de voedingsstoffen opgenomen. Alle gezonde voeding die je eet zouden je energie op moeten leveren, maar daarvoor moet je het wel goed kunnen verteren – en dat lukt niet iedereen.
Bij een lekkende darm komen voedingsstoffen onvoldoende verteerd in de bloedbaan en gaan er ook afvalstoffen mee, wat een ontstekingsreactie triggert (energielek).
Hieruit kunnen ook voedingsintoleranties ontstaan. Er wordt een immuunrespons aangemaakt wordt als je deze voeding eet (zonder dat je dat weet).
Jouw eigen darmbacteriën maken een energiestofje aan (butyraat, ook wel boterzuur genoemd), die jouw darmcellen gezond houden. Daarvoor heb je wel voldoende darmbacteriën nodig, anders halen je darmen de energie uit andere voorraadjes. Als alle energie gaat naar de darmen, om bijvoorbeeld ontstekingen te remmen, blijft er dus minder over voor jezelf en je brein.
Zo zijn er ook darmbacteriën, die samen met de lever, zorgen dat jij je afvalstoffen afvoert. Waar gaat het vaak mis; een tekort aan deze nuttige darmbacteriën.
De darm heeft zijn eigen zenuwstelstel, het enterisch zenuwstelsel (ENS). Het ENS heeft neuronen en neurotransmitters die identiek zijn aan die van de hersenen en het ENS heeft evenveel neuronen als de ruggengraat.
Een verstoring in de samenstelling van de darmflora en een verminderde diversiteit vormt een risico voor mentale klachten (naast ook fysieke problemen).
De darm heeft zijn eigen zenuwstelstel, het enterisch zenuwstelsel (ENS). Het ENS heeft neuronen en neurotransmitters die identiek zijn aan die van de hersenen en het ENS heeft evenveel neuronen als de ruggengraat.
Een verstoring in de samenstelling van de darmflora en een verminderde diversiteit vormt een risico voor mentale klachten (naast ook fysieke problemen).